Met de Woonbalans krijg je in een oogopslag de stand van zaken van de betaalbaarheid van wonen. Ze fungeert als kanarie in de koolmijn om na te gaan hoe het gesteld is met de betaalbaarheid voor huishoudens. De Woonbalans wordt voor verschillende doelgroepen opgemaakt: een koppel tweeverdieners dat een woning koopt en een alleenstaande die huurt. Zo geeft de Vlaamse Woonbalans de verhouding weer tussen het inkomen enerzijds en de huur of de maandelijkse aflossingslast van een hypothecair krediet en de gas- en elektriciteitskosten anderzijds. Je vindt die balans per jaar terug voor nieuwe kopers en huurders. Staat de balans op 30% of hoger, dan kan de betaalbaarheid in het gedrang komen.
De Vlaamse Woonbalans is een indicator die de betaalbaarheid van wonen in Vlaanderen weergeeft. De Woonbalans vergelijkt het inkomen met de maandelijkse woonlasten: de aflossingslast van een hypothecair krediet of de huurprijs, aangevuld met de gas- en elektriciteitskosten.
Mediaan inkomen (bron: Statbel): we gebruiken het mediaan inkomen per aangifte voor individuele en gezamenlijke aangiften, per gemeente en op niveau van het Vlaams Gewest. De fiscale statistieken lopen achter; daarom vullen we ontbrekende recente jaren aan via indexering volgens PC-200 tot en met het laatste volledige jaar. Gemeentefusies vanaf 2025 worden verwerkt via de NIS-codes.
Huizenprijzen (bron: Statbel): we gebruiken de mediaanprijs van huizen per gemeente. Voor de drie meest recente jaren gebruiken we per gemeente consequent ofwel volledige gemeentedata, ofwel arrondissementdata wanneer de gemeentelijke reeks niet volledig is. De aflossingslast wordt berekend op 20 jaar met vaste rente op basis van de Rentebarometer op 1 januari.
Energieprijzen (bron: Vlaamse Nutsregulator): we gebruiken de gemiddelde commerciële jaarprijs voor gas en elektriciteit in januari. Voor alleenstaanden halveren we de maandelijkse energiekost.
Huurprijzen (bron: CIB-huurbarometer): we gebruiken de jaarlijkse huurprijs van rijhuizen per provincie en de aparte reeks voor het Vlaams Gewest. Provincie- en gewestcijfers in de output worden berekend met de overeenkomstige brondata.
Wanneer de woonbalans 30% of hoger is, wijst dit op mogelijke betaalbaarheidsproblemen. Vanaf 40% wijst de indicator op sterke betaalbaarheidsproblemen.
De Vlaamse Woonbalans is een indicator die de betaalbaarheid van wonen in Vlaanderen weergeeft. De Woonbalans vergelijkt het inkomen met de maandelijkse woonlasten: de aflossingslast van een hypothecair krediet of de huurprijs, aangevuld met de gas- en elektriciteitskosten.
Mediaan inkomen (bron: Statbel): we gebruiken het mediaan inkomen per aangifte voor individuele en gezamenlijke aangiften, per gemeente en op niveau van het Vlaams Gewest. De fiscale statistieken lopen achter; daarom vullen we ontbrekende recente jaren aan via indexering volgens PC-200 tot en met het laatste volledige jaar. Gemeentefusies vanaf 2025 worden verwerkt via de NIS-codes.
Huizenprijzen (bron: Statbel): we gebruiken de mediaanprijs van huizen per gemeente. Voor de drie meest recente jaren gebruiken we per gemeente consequent ofwel volledige gemeentedata, ofwel arrondissementdata wanneer de gemeentelijke reeks niet volledig is. De aflossingslast wordt berekend op 20 jaar met vaste rente op basis van de Rentebarometer op 1 januari.
Energieprijzen (bron: Vlaamse Nutsregulator): we gebruiken de gemiddelde commerciële jaarprijs voor gas en elektriciteit in januari. Voor alleenstaanden halveren we de maandelijkse energiekost.
Huurprijzen (bron: CIB-huurbarometer): we gebruiken de jaarlijkse huurprijs van rijhuizen per provincie en de aparte reeks voor het Vlaams Gewest. Provincie- en gewestcijfers in de output worden berekend met de overeenkomstige brondata.
Wanneer de woonbalans 30% of hoger is, wijst dit op mogelijke betaalbaarheidsproblemen. Vanaf 40% wijst de indicator op sterke betaalbaarheidsproblemen.