In Vlaanderen overstijgt de vraag het aanbod aan woningen. Vooral kwetsbare huishoudens zijn daarvan de dupe. Hoe minder geschikte woningen voor gezinnen in een bepaalde regio, hoe meer concurrentie tussen huishoudens op de woningmarkt. Intussen blijft het aantal huishoudens aangroeien en worden die huishoudens steeds kleiner. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt sterk toe. Daarnaast nemen de woningen zonder domicilie een steeds grotere hap uit totale aanbod. De vraag naar o.a. tweede verblijven, studentenkoten en woningen voor arbeidsmigranten stijgt.
Het aantal huishoudens stijgt van 2,93 miljoen in 2023 naar 3,17 miljoen in 2035. Een stijging met 8% of 239.000 huishoudens. De gezinssamenstelling zal sterk veranderen in 2035. Het aantal éénpersoonshuishoudens neemt toe met 142.000 en het aantal koppels met kinderen neemt zelfs af met 12.000.
Gezinsverdunning zet zich door. Er ontstaat grotere vraag naar kleinere woningen, zoals appartementen en studio’s, vanwege de toename van eenpersoonshuishoudens. Veel bestaande grotere villa's zijn minder goed aangepast aan de nieuwe woonnoden.
Kleine huishoudens hebben vaak minder financiële middelen wanneer er maar 1 inkomen in het gezin is. Betaalbare en aangepaste woningen zijn cruciaal. Efficiënt ruimtegebruik wordt belangrijker. Steden moeten nadenken over compacte bouw en herbestemming van bestaande gebouwen. Buurten moeten voorzieningen bieden die passen bij kleinere huishoudens, zoals gemeenschappelijke ruimtes en groen.
De stijging van het aantal huishoudens zal de vraag naar woningen vergroten. Gemeenten en steden moeten rekening houden met deze demografische veranderingen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. Dit omvat het bepalen van geschikte locaties voor nieuwe woningbouw en het optimaliseren van bestaande infrastructuur. Er zal behoefte zijn aan meer nieuwbouw en renovatieprojecten om aan deze vraag te voldoen.
Woningen worden niet enkel gebruikt voor het vestigen van een domicilie. Het aantal woningen zonder domicilie neemt jaar na jaar toe. In totaal gaat het om 14% van de totale woningvoorraad. Dit percentage blijft al jaren systematisch stijgen en is niet zomaar naar beneden te krijgen. Dat zijn o.a. studentenkoten, verblijven voor arbeidsmigranten, vakantiewoningen, tweede verblijven en frictieleegstand.
Intussen worden de huishoudens in Vlaanderen kleiner en talrijker. Daardoor zijn er te weinig woningen beschikbaar en komt de betaalbaarheid onder druk te staan. Het woonbeleid dient daarom rekening te houden met de toenemende vraag naar woningen zonder domicilie voor o.a. studenten, arbeidsmigranten en vakantiedoeleinden.
De kaart hieronder geeft het aandeel woningen zonder domicilie weer.